Kom mee naar buiten allemaal

Eind 19de eeuw nam de gegoede burgerij hier en daar het initiatief tot het stichten van vakantiekolonies voor “zwakke, bloedarme, klierachtige of bleekzuchtige kinderen” van arme ouders uit de stedelijke achterbuurten. In 1905 werden deze activiteiten gebundeld door het Centraal Genootschap voor Kinderherstellings- en Vacantiekolonies. Het genootschap stichtte ook zelf een aantal koloniehuizen, onder meer in Egmond, Bergen aan Zee, Nunspeet en Hoogeveen. De kinderen konden er een week of wat genieten van zon, licht en frisse lucht zaken die in de stedelijke arbeidersbuurten schaars waren.

In de jaren vijftig werden schoolreisjes en op kamp gaan onderdeel van het kinderleven. Leerlingen van de lagere klassen gingen naar speeltuinen en andere attracties in de buurt; de hogere klassen mochten een paar dagen naar een kamp in de bossen, op de hei of aan het water. Spelletjes, speurtochten, natuurlessen en lange wandelingen waren vaste onderdelen van het programma.

Bron: Boekbespreking: Bleke neuzen, dikke pap / Willem Ellenbroek Marianne Swankhuisen, Klaartje Schweizer en Addy Stoel: Bleekneusjes. Vakantiekolonies in Nederland 1883-1970.

Comments are closed.